10 mythes rond hoogbegaafdheid

Mythe 1: De hoogbegaafde zal er zo wel komen, die zijn toch verstandig genoeg.

Dit is echt een van de meest voorkomende mythes. Het is niet omdat je een hoger IQ hebt dat je daardoor alles automatisch kan aanleren. Deze mythe zorgt er vooral voor dat kinderen in het lager mogelijks heel goede punten halen zonder er moeite voor te doen. Later zullen ze dan tegen de lamp lopen omdat het dan te moeilijk wordt en ze hebben nog niet leren leren. De leerkrachten verwachten echter dat je dit in het lager al geleerd hebt, daarom is het belangrijk dit vroeg genoeg aan te pakken en te zorgen dat ze genoeg uitgedaagd worden met leerstof waar ze moeite voor moeten doen. Dit zal erop neer komen om te compacten, te verrijken en op termijn te versnellen.

Mythe 2: Iedere leerling wordt uitgedaagd dus er is geen probleem.

Het volledig onderwijssysteem is gebouwd op de gemiddelde leerling. Er wordt veel extra ondersteuning voorzien om de leerlingen die een achterstand hebben, een leerstoornis, … te helpen.

Bij de hoogbegaafde leerlingen liggen de uitdaging in het vinden van meer uitdagende leerstof. Dat is echter niet hetzelfde als het geven van moeilijkere oefeningen, het is veel meer dan dat.

Er moet eigenlijk aan het hele leertraject gesleuteld worden. Ook hier moet je dus compacten en verrijken, maar op een bepaald punt zal je ook moeten versnellen. Er is immers een grens aan wat je in een klasgroep kan bereiken.

Mythe 3: Hoogbegaafden kunnen andere kinderen helpen en zo een rolmodel zijn.

Als je een kind hebt die graag anderen helpt, gaat dat tot op een zeker niveau nog op. Maar globaal gaat elk kind naar school om te leren en uitgedaagd te worden, leren kan je immers maar als je in de zone van naaste ontwikkeling bent. Als je alles al weet en zelf dus niet in die zone komt zal je niets bijleren. Dit is dan ook een belangrijk alarmsignaal om een onderpresteerder te worden.

Mythe 4: Alle kinderen hebben talenten. Het is dus niet nodig om een apart label te gebruiken voor de 'slimmere' kinderen.

Zoals ook in de video aangegeven vindt iedereen in de sport het normaal dat kinderen met een groter potentieel ook meer uitgedaagd worden. Waarom is dit dan niet het geval bij cognitief sterkere kinderen.

Daarnaast gaat het ook over veel meer dan enkel de cognitieve voorsprong. De hoogbegaafdheid zorgt er ook voor dat je de uitleg top-down moet krijgen, bij normaal begaafde kinderen is dit bottom-up.

Ze hebben ook een reeks meer onbekende kenmerken die ervoor zorgen dat ze extra noden en extra uitdagingen nodig hebben.

Mythe 5: Op sociaal vlak zijn ze er nog niet klaar voor.

Deze staat echt op nummer 1 qua vooroordelen en mythes. Elke infoavond, elke thema-avond, in de intake gesprekken, …

Dan hoor je nogal eens een ouder of leerkracht zeggen:

‘Ja, op cognitief vlak zijn ze ver vooruit maar sociaal zijn ze er toch nog wel een beetje jong voor.’

Alle studies rond versnellen geven het anders aan. Ook uit eigen ervaring met onze dochter kunnen we enkel vaststellen dat net door te versnellen ze ook sociaal-emotioneel veel gegroeid is.

Het is net omdat ze niet versneld zijn dat ze hun sociale vaardigheden niet kunnen ontwikkelen. Ze komen immers niet in contact met kinderen die op hetzelfde niveau zitten.

Mythe 6: Hoogbegaafdheid is elitair.

Ook deze geven veel mensen aan als we over hoogbegaafdheid spreken.

Kunnen we het label niet gewoon weglaten? Het woord ‘Hoogbegaafdheid’ triggert de foute zaken bij mensen.

Het is correct dat er nog veel verkeerde conclusies aan het woord gekoppeld worden. Dat is dan ook één van de hoofddrijfveren bij Gromicoach om er zo veel als mogelijk over te spreken, zodat het voor iedereen duidelijk wordt dat het veel meer is dan ‘gewoon slim zijn’. We denken hierbij aan

  • De kritische houding
  • De grote gevoeligheid waardoor ze heel snel de eerlijke, authentieke leerkrachten onderscheiden van de andere.
  • Het perfectionisme dat, als ze er zich niet bewust van zijn en als ze het niet goed managen, ervoor zorgt dat ze faalangst krijgen waardoor ze op termijn ook gaan onderpresteren. Om dan uiteindelijk watervalgewijs van super goede punten af te zakken veel rode punten.
  • De asynchrone ontwikkeling die voor veel onbegrip zorgt op school en veel frustratie thuis. Eerst een groot en diepgaand debat over de wereldproblemen om dan ruzie te maken (tot bloedens toe) omwille van een lolly.

Het is dus helemaal niet ‘Elitair’ en een hele uitdaging om te functioneren in een klassieke klasgroep als je deze eigenschappen hebt.

Mythe 7: Deze leerling kan toch niet hoogbegaafd zijn als je kijkt naar z'n punten.

Oké, deze is echt een klassieker die we heel veel tegenkomen. Meestal in het middelbaar pas, in het lager gaat alles nog goed. Je kind heeft goede punten zonder dat het er iets voor moet doen en dan … in het middelbaar de ene buis na de andere. Waar is al dat verstand opeens naartoe? Je denkt dat je kind niet meer wilt studeren. Er met z’n klak naar aan het smijten is, maar eigenlijk weet hij/zij gewoon niet hoe het moet.

Dit is de hoofdreden waarom er al zo vroeg mogelijk moet bijgestuurd worden. Als je pas in het middelbaar ontdekt dat je kind hoogbegaafd is dan moet er zeker eerst naar de mindset gekeken worden. Gelooft het kind wel dat het potentieel er is?  Dat hij kan leren? Zo ja, dan pas komt de zoektocht naar de juiste leermethodes.

Mythe 8: Kinderen met leerstoornissen kunnen niet hoogbegaafd zijn.

Deze neem ik altijd heel persoonlijk omdat ik ook zelf met die tweestrijd zit tussen mijn hoogbegaafdheid en m’n leerstoornissen. Het grootste probleem is dat de 2 elkaar wat neutraliseren. Door je leerstoornissen komt je hoogbegaafdheid niet helemaal tot uiting en door je hoogbegaafdheid worden je leerstoornissen verdoezeld.

Dit maakt dus dat je onder elke radar blijft en als een gemiddeld kind zal gelabeld worden. Het is dus super belangrijk voor dit type leerling hulpmiddelen te voorzien voor de leerstoornis maar ook uitdagingen te voorzien om de hoogbegaafdheid te voeden.

Mythe 9: slimme kinderen = hoogbegaafde kinderen

Hoogbegaafde kinderen zijn niet hetzelfde als slimme kinderen. In de eerste thema-avond zoomen we in op de verschillen tussen beide. In het filmpje wordt er gerefereerd naar programma’s in het middelbaar om je beter voor te bereiden op de universiteit. Bij ons is het eerder omgekeerd. In het lager wordt er nog wel eens een aangepast programma gegeven, een plusklas, versnellen.

In het middelbaar zit je enerzijds met het veel groter aantal leerkrachten wat een structurele aanpak veel moeilijker maakt. (Het hele lerarenkorps moet mee zijn). Het is ook niet meer mogelijk om nog extra te versnellen. De enige optie is via examencommissie te gaan. Dat vraagt natuurlijk veel zelfsturing en discipline van je kind wat er mogelijks nog niet is op die leeftijd.

Mythe 10: Investeren in hoogbegaafdheid kost teveel.

Er is meer en meer nood aan creatieve mensen die out of the box kunnen denken.

Eerder dan te wachten op de ‘extra’ budgetten moet er zeker al gestart worden om binnen de bestaande werking de nodige aanpassingen te doen. Veel van die aanpassingen zijn ook nuttig voor de andere kinderen. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de kennis rond Mindset en Positive Discipline.

Daarnaast moet er vanaf de opleiding van leerkrachten ook genoeg bijgebracht worden rond hoogbegaafdheid. De eerste stap rond een nieuwe aanpak is eerst en vooral begrijpen wat hoogbegaafdheid is.

Stap 1 tegen de mythes in

De eerste stap is om meer kennis te vergaren rond hoogbegaafdheid. Schrijf je dus in voor deze heel interessante reeks als je er meer over wil leren.